Home

Westerblog

Wat houdt onze gemeenteleden bezig? Via de Westerblog geven verschillende leden van onze gemeente een inkijkje in 'hun' wereld. Zakelijk of privé, vrolijk of verdrietig, hobby of levensbeschouwing: alles komt aan bod. 


 

Reizen

Meliefste.jpg

Kees Meliefste
Kees Meliefste werkt bij de Universiteit van Utrecht. In die hoedanigheid doet Kees onderzoek naar luchtverontreiniging en de (gezondheids-)effecten daarvan op zowel kinderen als volwassenen. Zijn werk brengt hem nogal eens in contact met andere culturen en omstandigheden.

12 oktober- Wat kan ik nu over reizen vertellen? Wij zijn als christenen ons hele leven onderweg, en ons eindpunt ligt ergens in de toekomst op een ongedefinieerd punt op onze tijdslijn. Toch is er meer over reizen te zeggen. Zelfs als je regelmatig met de trein reist, is eigenlijk geen enkele reis hetzelfde. Afhankelijk van het weer is het onplezierig dampig of onplezierig warm.

Als ik naar mijn eigen reizen terugkijk, zie ik vooral leuke, bijzondere, uitdagende, aardige, spannende, lieve, onbekende mensen om me heen. Wel moet je je gedachten open stellen om de anderen met hun eigenaardigheden te ontvangen, en bij alles wat je onbekend is, moet je meteen denken: oef, ik heb nog veel te leren.

Soms als je aan het reizen bent kom je wel eens in een situatie die je uitdaagt om een pas op de plaats te maken.  Ik ben zelf als Westerse reiziger vaak nog te gehaast en voel de drang om altijd maar weer door te gaan. Je ziet iets moois maar ondertussen kijken je ogen alweer verder, op zoek naar, ja wat eigenlijk? Het volgende mooie? Het zou dan beter zijn om even stil te staan bij wat je op dat moment ziet of ervaart. Je zou als het ware gewoon een pasje terug moeten gaan, een stapje achteruit. Even zaken tot je door laten dringen om daarvan te genieten. Zoals een schilder soms ook een pasje naar achteren doet om het geheel goed te overzien, voordat hij weer verder gaat met een klein detail in het geheel.
 
Toen ik begin dit jaar in het noorden van China aan het rondlopen was in een archeologisch park, waar de beroemde Sinosauropteryx Prima gevonden was, wilde ik direct weer doorlopen, snel naar de volgende vondst. Maar ik ben toch terug gelopen om nog eens te kijken. Want bijzonder was deze reptiel-vogel eigenlijk wel. Het dier wordt door evolutionisten gezien als de missing link tussen vogels en landdieren, en Chaoyang is de enige vindplek in de wereld, waar in 1996 voor het eerst de overblijfselen van deze gevederde dinosaurus werden opgegraven. En dat in een gehucht van zeer arme boeren op rotsige grond waar bijna niets wil groeien zo’n tien kilometer boven de saaie grijze industriestad Chaoyang. Paleontologen (behalve Ross Geller) uit de hele wereld, kwamen snel naar deze plek om te zien of er geen ‘vals spel’ werd gespeeld door de Chinezen (in China wordt nog wel eens wat aan de werkelijkheid geknutseld) , maar ze moesten de lokale vinders in het gelijk stellen. Het was echt. Dus ik ben terug gelopen naar een bankje voor de vitrine met het fossiel van slechts één meter groot, en liet dit op me inwerken. Niet dat ik een aanhanger ben van de evolutietheorie, want ik geloof heilig in het scheppingsverhaal, maar wat een enorme impact dit fossiel heeft gehad, vooral ook op het gehuchtje. Een enorm park werd uit de grond gestampt, dat niet alleen het versteende oerbos en de vindplaatsen van de Sinosauropteryx Prima bevatte. Nee, er werd groots uitgepakt, helemaal volgens Chinees patroon: compleet met namaak vulkanen en rook, riviertjes met uitgestorven vissen, een scala aan levensgrote alledaagse reptielen. Het leven van de boeren veranderde op slag, er werd een weg aangelegd, een stadsbus rijdt af en aan, een groep tolken voor bijna alle Westerse talen staat geduldig te wachten. De boeren proberen nog op dezelfde manier voort te leven, maar hun bestaanswijze wordt overschaduwd door het (soms decadente) gedrag en de  rijkdommen van de bezoekers. China, ach ja, wat moet ik ermee?
 
Nee, geef mij Afrika dan maar. Daar heb ik mijn hart verloren. Vooral de kant van dit oude continent die beter begrepen zou moeten worden, dat nog in bezit is van zaken die de rest van de wereld kwijt is geraakt: ruimte, oorspronkelijkheid, tradities, wildernis, echtheid, zeldzame dieren, buitengewone mensen, schoonheid. Het Afrika van zonneschijn en adembenemende eindeloze vergezichten, met kuddes wilde dieren in alle soorten en maten, eeuwenoude eindeloze bossen, bergen met sneeuw, diepe meren met unieke vissen, kolkende rivieren die het continent doorsnijden, zachtaardige, mooie, intelligente mensen, waar tradities en familiewaardes nog erg belangrijk voor zijn, mensen die jongeren beschermen en ouderen respecteren, die voor hun medemens zorgen door te geven van het weinige dat ze zelf hebben, mensen die klaar staan met een glimlach en vergiffenis, mensen die een lied in hun hart dragen en niet in de mond, lijdzaam, dapper en eindeloos geduldig, zodat ze zelfs met Westerlingen kunnen omgaan.

Het Afrika waar de hemel zwanger kan zijn, waar de avond in brand kan staan, waar in het uur voor zonsopgang de wereld herboren wordt, waar een overvloed van tijd is.  AMT is heel wat anders dan GMT, waar het leven echt beleefd en geleefd wordt.
Het Afrika dat ook zijn zorgen kent, waar gezondheidsproblemen hard ingrijpen in traditionele waarden, waar honger heerst, waar gevechten plaats vinden, waar Westerse mogendheden dan weer op inspelen door nog meer zogenaamde experts het veld in te sturen. Om vluchtelingen op te vangen worden enorme grote kampen opgericht (je moet toch wat), worden de omliggende oerbossen met de grond gelijk gemaakt voor brandstof (je moet toch wat), wordt al het wild uit de buurt afgeschoten om te eten (je moet toch wat) en als de rust weer terugkeert in het gebied, gaat iedereen weer naar huis, een berooid en bekaaid land achterlatend (je moet toch wat).
 
Moraal, civilisatie, normaalgesproken zijn het begrippen waar veel mensen een mening over hebben, vooral als het over anderen gaat, maar er zijn er slechts weinigen die zich er echt in willen verdiepen. Mensen zouden de tijd moeten nemen om bij een eerste bezoek vooral te luisteren naar anderen en te kijken, voordat je iets gaat denken.
Zelf heb ik al veel van deze wereld mogen zien, en overal kwam ik mensen tegen die me intrigeerden, die me uitdaagden om over mijn eigen ideeën en gevoelens na te denken.

Leven als christen is eigenlijk je leven lang reizen in de prachtige wereld die God voor ons gemaakt heeft. Hij laat ons al die mooie mensen zomaar ontmoeten, en daagt ons uit om onze bijdrage aan die wereld beschikbaar te stellen. 

 

Vanuit Vlissingen God ervaren

foto_Eisso.JPG

Eisso van der Leest
Eisso van der Leest was en is op allerlei manieren bezig met taal. Eisso is met zijn vrouw Therese sinds 1986 lid van GKV Amersfoort-West.

26 april- Therese en ik gaan op 23 maart met vrienden Johan en Jeannette naar Vlissingen om een concert van Bach bij te wonen. Vooral om de countertenor Michael Chance te horen. We hebben hem al eens eerder meegemaakt. We blijven een nachtje over in hotel Bed by the sea. De storm valt op ons als we buiten de stadsmuur komen. Donker verheft zich in brons de overwinnaar van de wereldzeeën,  Michiel Adriaenszoon de Ruyter. ‘Geboren in 24 maart 1607’ lezen we op de sokkel.
‘Dat is morgen!’ roepen we uit. Toen hij op 29 april 1676 stierf, was hij 69, net zo oud als ik nu. 

Modezaak Gerry Weber heropent met gratis koffie en gebak. De jonge vrouw die ons binnennoodt zweeft voor ons uit naar de koffie. Bij de eerste hap in het minigebakje mummelt Johan: ‘Het lukt me vaak met Jeannette ergens binnen te gaan waar ik kan zitten lezen en met een beetje geluk iets krijg voorgezet. Een ideale manier om haar kledingaankopen te keuren.’ Op ons gemak kuieren we verder. Wat willen we nog meer? Niets toch?
‘Je kunt beter elke morgen vragen wat je nodig hebt’, zeg ik. Op een gevel even verderop staat in grote letters: ‘Geef ons heden ons dagelijks brood’. Een onverwachte les van Jezus.

Einde middag eten we in Parc Central met nog wat vrienden, die ook op Bach afgekomen zijn. Door de stemmig verlichte Kerkstraat lopen we naar de Sint-Jacobskerk. Wij gaan zitten, maar Johan blijft staan en kijkt zoekend rond. Ooit, in Venetië, trof hij mensen uit Dalfsen, met wie hij samen is opgegroeid en sindsdien kijkt hij steevast naar hen uit als hij op reis is. Het feodale is in hem gewekt: zijn voorvaderen waren heer van Dalfsen. De Slennebroekerweg is naar hen genoemd.
‘Niemand uit Dalfsen te zien’, zucht hij en gaat weer zitten.
‘Je buurvrouw, vraag je buuuuuurvrouw’, fluister ik, want wie zoekt zal vlakbij vinden. En ja hoor, Johan kan zijn geluk niet op en moet tot stilte gemaand worden omdat koor, orkest en solisten binnenkomen. Michael Chance zingt met fluwelen stemgeluid:
‘Saget, saget mir geschwinde,
Saget, wo ich Jesum finde.’

Na een verkwikkende slaap dalen we af naar de ontbijtzaal. Door het raam van de ontbijtzaal zien we sneeuw, sneeuw en nog eens sneeuw. Vergeefs probeert een auto al slippend uit de parkeercatacombe omhoog te komen. Door een witte wereld verlaten we Vlissingen, om in Brabant de donkere akkers te hervinden. In Oudenbosch bezoeken we de basiliek, die een kopie is van de Sint-Pieter maar vanbinnen 16 keer zo klein is. De mis is voorbij. Mensen met palmpaastakken – groen en broodkransen – verlaten de kerk.

Terug in Amersfoort horen we in de Westerkerk dominee Klaas de Vries. Je kunt honger hebben naar God, stelt hij, zonder het te beseffen. Maar God houdt je bij de hand. Je kunt Hem vragen om honger naar Hem te voelen. Onwillekeurig denk ik aan de woorden:
‘Wees mijn brood en mijn beker,
Mijn ogen dorsten naar U;
Die de dood wilde breken –
Het leven schenkt Gij nu.’
Ja, vanuit Vlissingen heb ik God ervaren.

   

Foundations for Farming

foto_VdLaan_2012.jpg

Matthijs en Simone Laan
Matthijs en Simone Laan zijn getrouwd en trotse ouders van Jorik, Ilse Hester en Caleb. Matthijs en Simone nemen deel aan de Liebenzell Mission in Zambia, waar zij zich bezig houden met het Mushili Aids project.

29 maart- Afgelopen week had ik de mogelijkheid om naar Zimbabwe af te reizen. We hebben de conferentie van Foundations for Farming bijgewoond. Zimbabwe was jarenlang bekend om de grote boerderijen. De blanke boeren hadden grote stukken grond en zorgden ervoor dat Zimbabwe een goed lopende economie had.

De grote boerderijen zijn tegenwoordig echter nauwelijks meer te vinden en lange tijd ging het niet goed met de Zimbabwaanse economie. In Zimbabwe sprak ik met Brian Oldvreive, een blanke boer die aan de wieg van Foundations for Farming heeft gestaan. Met de boerderij van Brian ging het jaren geleden helemaal niet goed. De grond waar op verbouwd werd was erg slecht geworden en er moest meer geld ingepompt worden dan eruit kwam. De boerderij was zo goed als failliet. Eén van de redenen daarvoor was, dat Brian altijd het veld diep had omgeploegd waardoor de opbrengst erg omlaag was gegaan.

Brian vroeg God hem te laten zien wat hij moest doen. En toen liet God hem zien dat het diep omploegen van de velden in zijn natuur helemaal niet nodig was en dat hij altijd een laag bladeren en gras als bescherming hield voor zijn bodem. Met gebruik van een eenvoudige schoffel ging Brian de zero-tillage techniek (dit betekent: alleen maar gaten in de grond maken) uitproberen op een klein stukje grond. En bijzonder genoeg: het werkte. Brian ging de zero-tillage techniek op een groter stuk grond toepassen en zijn boerderij werd weer winstgevend. Brian´s getuigenis en zijn trouw aan Gods woord resulteerden in de oprichting van Foundations for Farming.

Het was een hele bijzondere ervaring om deze conferentie mee te maken. Brian en de rest van het team zijn heel nederige mensen, met een vast geloof en de wil om mensen te helpen, hen ervan te overtuigen dat Afrika zichzelf kan helpen door het gebruik van eenvoudige, concrete methoden als de zero-tillage techniek. De principes van dergelijke methoden zijn heel eenvoudig, en je hoeft veel minder input te gebruiken. Maar het lastig om werkwijzen te veranderen als mensen gewend zijn om het heel anders te doen. Wij zelf geven al bijna vier jaar les in de methode aan onze boeren rondom Ndola en we zien heel langzaam een verandering in de houding van mensen.

Een van de dingen die ik afgelopen week weer geleerd heb, is dat het vooral begint met ons hart. Zijn we er daadwerkelijk klaar voor om ons leven aan Jezus te wijden? Is hij het middelpunt van ons leven? 

Een Bijbeltekst die mij echt aansprak was Proverbs 3:5-6 (NIV):
Trust in the LORD with all your heart and lean not on your own understanding; in all your ways acknowledge him, and he will make your paths straight.

Dat is ook een uitdaging voor mijzelf. Vertrouw ik volledig op God met heel mijn hart of vertrouw ik toch meer op mijzelf? Maar ik weet dat ik mijn rust en veiligheid in Gods hand mag zoeken, een geweldige en bemoedigende boodschap.

 

China, revisited

Meliefste.jpg

Kees Meliefste
Kees Meliefste werkt bij de Universiteit van Utrecht. In die hoedanigheid doet Kees onderzoek naar luchtverontreiniging en de (gezondheids-)effecten daarvan op zowel kinderen als volwassenen. Zijn werk brengt hem nogal eens in contact met andere culturen en omstandigheden.

8 maart- ´Sir!!! Sir!!! You first look at me!! 
And then into the camera !! OK?´
´Eeeh , yes, ok, sorry!´

Een beetje beduusd keek ik haar dus maar eerst aan, ze zat achter een glazen raam in een klein hokje. Ze had een donker blauw uniform aan, de pet, met de chinese vlag duidelijk zichtbaar, een beetje naar voren, vlak boven de wenkbrauwen. Toen ik haar aankeek, toverde ze een prachtige glimlach op haar gezicht. We waren meteen vrienden. ´Thank you sir, now you can look into the camera´.

Om dat te doen, moest ik echt flink door de knieën want de gemiddelde chinees is een stuk kleiner dan ik, en de camera’s op Beijing airport stonden dus allemaal vrij laag afgesteld. Het maakte nu een perfecte opname van mijn kin en nek (ahh, nog even scheren). Ik zakte dus wat naar beneden en keek meteen mee (hoe bedoel je privacy) op het scherm achter Hui Shuang, of ik er een beetje mooi op kwam te staan. Weer die brede glimlach. Na wat bladeren in het paspoort werd de juiste bladzijden gevonden met het visum en kreeg ik er een mooi stempel bij. Nog steeds met die brede glimlach op haar gezicht, kreeg ik toestemming om het grote China binnen treden. Direct daarna kwam de controle om te zien of ik het niet te warm had gekregen (van die glimlach). Sinds de SARS uitbraak van enkele jaren geleden moet iedereen eerst door een ´body temperature scanner´. Verhitte passagiers worden er dan meteen uitgehaald. Daarna met de shuttle mee naar de andere kant van het gebouw waar de bagage aan kwam. En daar zag ik de grote tas met meetapparaten weer staan. Ik kon aan de slag.

‘s Avonds bij vrienden thuis, probeerde ik het thuisfront te bereiken via Facebook, maar ik kwam erachter dat dat in China niet zo werkt. De overheid wil graag weten wie wat waar wanneer aan wie wat hoe waarom vertelt. Dus Facebook is afgeschermd. Ook het internetgebruik via internetcafés of wifi op het vliegveld zijn danig beschermd, en de toegangscode kan alleen verkregen worden als je iets persoonlijks kenbaar maakt, bijvoorbeeld een kopie van je paspoort of boarding card. Ze willen dus blijkbaar naast het ip-adres ook nog een persoonlijk noot toevoegen aan de analen.

De volgende ochtend vroeg vloog ik door naar een grijze industrie stad ergens in het noorden, tussen Noord-Korea en Mongolië. We gaan daar onderzoek doen naar gezondheidseffecten bij mensen die in verschillende soorten fabrieken werken. De dynamiek van het verkeer, met regels waar niet iedereen zich aan houdt in deze kleine stad met 1 miljoen inwoners, gaven me het gevoel weer thuis te zijn. Alhoewel het al weer een paar jaar geleden was dat ik in China werkte, voelde ik iets vertrouwds, iets herkenbaars. O ja, zó ging dat, o ja, natuurlijk, o ja, eindeloos toasten met iedereen aan tafel totdat je bijna dronken bent, o ja, gezellig eten met elkaar aan een grote ronde tafel met draaischijf waar het eten op staat, waar je met je chop-sticks zit te wachten om het lekkerste stukje eruit te vissen, als je buurman je niet net voor is. O ja, het enthousiast boeren aan tafel en uitspuwen van botjes. O ja, zo gaat dat in China. En toch kom je er weer achter dat je Chinese collega’s gewoon echt hele aardige mensen zijn, waar je mee kunt lachen.

Na twee dagen het project te hebben voorbereid, weer op het vliegtuig op weg naar huis via Beijing en München. Over 14 dagen vertrek ik weer, maar dan voor drie weken. De wereld is mooi en heeft overal mooie mensen. Ieder continent, land en streek heeft zo zijn eigen-aardigheden (niet: eige-naar-digheden), als je je maar openstelt en ze wilt zien.

 

Kerst

foto_VdLaan_2012.jpg

Matthijs en Simone Laan
Matthijs en Simone Laan zijn getrouwd en trotse ouders van Jorik, Ilse Hester en Caleb. Matthijs en Simone nemen deel aan de Liebenzell Mission in Zambia, waar zij zich bezig houden met het Mushili Aids project.

22 december- Nog een paar dagen en dan is het weer kerst. Ook in hier Zambia komen de kerstversieringen je tegemoet, al is het een stuk minder dan in Nederland. Op straat zie je er niets van, maar wel in de supermarkt en in de huizen.

Twee weken geleden hebben we weer een kinderbijbelweek gehouden bij het project. Deze keer was het thema ´The birth of Jesus Christ´. We hadden veel helpers deze keer, wat erg prettig was.
 
Elke dag kwamen er tussen de 80 en 100 kinderen. Bijzonder om te bedenken dat we al die kinderen 5 dagen lang het evangelie mochten vertellen. Ik was vooral aanwezig bij de jongsten; 5 jaar en jonger. De eerste dag vroegen we wat kerst betekent: ‘party, food, christmas tree’. We begonnen bij het begin; bij het verschijnen van de engel Gabriel, de geboorte van Johannes. Een week lang bleven we herhalen, herhalen, herhalen. Dat is hoe ze gewend zijn te leren, maar het is ook nodig. Aan het einde van de week konden de meeste kinderen – vooral de wat ouderen – goed vertellen dat we met kerst aan de geboorte van Jezus denken. Dat Hij de Zoon van God is en kwam om ons te redden, zodat we op een dag bij Hem mogen leven. Waar geen pijn, armoede en verdriet meer is. Geen verdriet om overleden ouders, geen honger, geen kou in het koude seizoen terwijl je te weinig kleren hebt om je warm te houden. Geweldig om ze dat mee te mogen geven!

De hele week hadden we geoefend voor presentaties op de laatste dag. En wat is het dan ontroerend om een kleine 40 Zambiaanse peuters/kleuters ‘Read your bible, pray every day’ en ‘My God is so big’ te horen zingen. En om de ouderen het hele kerstverhaal met zoveel enthousiasme te zien uitspelen. We bidden dat de echte boodschap in hun harten mag blijven en dat er altijd mensen zullen zijn die hun het evangelie steeds weer vertellen, tot ze het op een dag zelf weer door mogen geven.

 

Samen naar Nazareth?

kamsteeg1.jpg

Aad Kamsteeg
Aad Kamsteeg is journalist en sinds de jaren zestig lid van de gemeente van Amersfoort-West, samen met zijn vrouw Greet.

14 augustus- Zoals misschien bekend is onze oude en vertrouwde zendingscommissie onlangs vervangen door een commissie buitenland. Voor hen die vergeten zijn waarover het gaat: doel is onze gemeente op de hoogte te houden van voor haar belangrijke ontwikkelingen in de wereldwijde gang van Gods koninkrijk. Daarbij zijn de in volgorde van belangrijkheid de volgende prioriteiten vastgesteld: de al vanuit onze gemeente gesteunde zending- en hulpprojecten, medegelovigen in de verdrukking, relevante ontwikkelingen buiten de eigen kerkelijke sfeer.

In verband met het voorgaande wordt onder andere gedacht aan het zoeken van een buitenlandse gemeente waarmee een speciale band kan worden opgebouwd. Concrete invulling van zo’n band? Voor elkaar bidden, elkaar op de hoogte houden van waarmee men bezig is, bezoeken over en weer, zo nodig financiële hulp. Mij is gevraagd eens rond te kijken. Omdat er zoveel mogelijkheden zijn, koos ik onder meer de volgende criteria: de taal mag geen onoverkomelijke barrière vormen; er moet een reële mogelijkheid bestaan om bezoeken af te leggen en men dient behoefte te hebben aan een band met de Westerkerk.

Van meet af aan had ik een voorkeur voor een Messiasbelijdende gemeenten in Israël of een Arabisch/Palestijnse gemeente in het Palestijnse thuisland. Omdat eerstgenoemde gemeenten vaak al steun vanuit het buitenland krijgen, denk ik nu vooral aan de Palestijnse gemeente van Brethren (Vergadering van Gelovigen) in Nazareth, die ik nu twee keer heb bezocht. Voor de goede orde, het gaat nog alleen maar om een strikt particuliere voorkeur.

Besproken, laat staan besloten, is er nog niets. Andere suggesties zijn altijd welkom.
Mijn voorkeur is mede ingegeven door de volgende factoren. De door de Gereformeerde Gemeente in ons land uitgezonden Maarten Dekker is nauw met de gemeente in Nazareth verbonden en beveelt het aangaan van een bijzondere band van harte aan. Het gaat om een kleine groep gelovigen die onder druk staat van haar moslimomgeving en die toch erg actief is met het verspreiden van het evangelie onder de bevolking. Ook bestaan goede betrekkingen  met de in Nazareth gevestigde Messiasbelijdende Joodse gemeente.
 
Nu wordt als aanloopje naar een nieuw 40-dagenproject – ‘Samen één’ - in West op 1 september aanstaande een gemeentedag gehouden bij de Guido de Brès School. Ik heb dan een workshop waarin ik twee dingen wil doen: a) wat meer vertellen over het zoeken naar een buitenlandse kerk en b) de mogelijkheid opperen met gemeenteleden van West de broeders en zusters in Nazareth te bezoeken tijdens een reis naar Israël en het Palestijnse thuisland die ik begin maart 2013 hoop te organiseren. 

Het programma van die reis heb ik, in samenwerking met reisbureau Makor, opgesteld onder het motto ‘Israël dat je (waarschijnlijk) nog niet hebt gezien’. Er zitten namelijk nogal wat elementen in die in andere Israël-reizen niet plegen voor te komen: een verblijf in een bedoeïenenkamp in de Negev, ontmoetingen met Joden en Palestijnen die naar verzoening streven (Oase van Vrede), een sabbatsmaaltijd met uitleg van enkele orthodoxe Joden, een bezoek aan een christelijke Palestijnse familie die zich via de rechter verzet tegen de Israëlische wens haar traditionele grond te verlaten (Tent of the Nations), ter plaatse inzicht krijgen in de geschiedenis en actualiteit van de kibboets.

Wie geïnteresseerd is, moet de 1e september maar eens binnenlopen in die workshop…

 

Ha, ik leef nog

foto_Eisso.JPG

Eisso van der Leest
Eisso was en is op allerlei manieren bezig met taal, onder meer als corrector bij het Nederlands Dagblad. Nu waagt hij het zelf de pen te hanteren. Eisso is getrouwd met Therese; ze hebben een zoon, Karel, en een pleegdochter, Ria.

9 juli 2012- Veel te vroeg kom ik mijn bed uit. Gevoelloos stap ik op de fiets. Als ik zou vallen zou ik een lichaamsdeel kunnen verliezen zonder dat ik er erg in heb. Er moet wel iets af. Bij de kapper. Mijn haren waaien in mijn ogen terwijl ik als een zombie de trappers voortbeweeg.

Op de treden van de Johanneskerk buigen ziekenbroeders zich over iemand die daar roerloos neerligt. Gespannen kijken voorbijgangers toe. Wellicht is er een reanimatie gepleegd.

Achter de Joriskerk wordt een executie uit vroeger eeuwen verfilmd. Cameramannen rijden hun apparatuur behoedzaam rond. Geluidshengels hangen boven de spelers in 17e-eeuwse kledij. Verkeersborden en eigentijdse uitsteeksels van de eeuwenoude gevels worden afgedekt. De veroordeelde wordt met bebloede kop door het publiek geduwd en hevig tegenstribbelend aan de beul voorgeleid, die met een kap over het hoofd de bijl in de aanslag heeft.
 
Een verteller laat zich horen: “Het bloeddorstige en sensatiebeluste publiek vuurt de beul aan.”
En inderdaad, eerst door elkaar en daarna scanderend roept de menigte: “Sla d’r op, zijn kop d’r af, ja, z’n kop d’r af!”
De misdadiger heeft twee broden gestolen en jammert om zijn vrouw en kinderen.
Dan slaat de beul toe. In een flits denk ik: zit z’n lange haar niet in de weg?
De verteller roept: “De beul slaat mis!” “Oòòhh!” kreunt het publiek.
Een paar maal worden bepaalde details overgedaan. Vlak voordat de camera’s weer draaien brengt een vrouw in grijze slobbertrui snel het haar van de misdadiger in orde. Terwijl ik op mijn fiets stap passeert zij mij met een lach. Ha, ik leef nog.

Nu moet ik onder het mes. Naar welke kapper zal ik gaan? Van tijd tot tijd verras ik mijzelf. Ik loop de zaak van een Iraniër binnen. Hopelijk krijg ik niet de moeder. Zij is mij te nieuwsgierig. Hij laat een schort om mij heen neerwaaien en vervolgt zijn sterke verhalen over zijn vaderland alsof ik maar even weg ben geweest. Over executies rept hij dit keer niet. Voor ik er erg in heb vertel ik hem van de verfilming van de onthoofding. Ik zit er een beetje mee hoe je geloofwaardig een hoofd kunt laten rollen.
 
Daar valt mijn kapper niet van achterover: “Je kunt alles photoshoppen.”
Over een jaar of twee gaat hij weer in Iran werken. Hij verlangt terug naar zijn vaderland.
“Hier zijn veel te veel regels, bureaucratie. Dat is geen vrijheid. Je mag hier met je blote kont buiten lopen, is dat vrijheid? Dat is smerig. Ik hou van respect en saamhorigheid. In de nacht heb ik urenlang met autopech gestaan, niemand hielp mij, ik ben buitenlander, misschien daarom ja, maar in Iran, wel twintig auto’s stoppen om te vragen wat ik nodig heb.”

In Albert Heijn kom ik met beide benen terug in de Hollandse werkelijkheid. Met een dodelijke precisie ligt alles geordend in de schappen. Maar de caissière met het prachtig blauwe hoofddoekje rekent af met een jonge lach. En dan denk ik weer: ha, ik leef nog.

      

Over relativiteitstheorie en relativeringsvermogen

Meliefste.jpg

Kees Meliefste
Kees Meliefste werkt bij de Universiteit van Utrecht. In die hoedanigheid doet Kees onderzoek naar luchtverontreiniging en de (gezondheids-)effecten daarvan op zowel kinderen als volwassenen. Zijn werk brengt hem nogal eens in contact met andere culturen en omstandigheden.

2 mei- De ontdekking van de eeuw! Relativiteitstheorie van Einstein onderuit gehaald! Natuurwetten gesneuveld! Simpelweg door de tijd rijzen! ‘Neutrino's’ die sneller dan het licht kunnen reizen, 60 nanoseconden (1 ns = 0.000 000 001 seconde) sneller over een afstand van 732 km. Maar wat bleek: een meetfout, een kapotte glasvezelkabel aan de GPS, en we zijn met z'n allen weer terug bij af. Niks Starwars Enterprise-reizen tot ver in de toekomst. Niks corrigeren van de geschiedenis. Maar gewoon even relativeren. Even met beide benen weer op de aardse grond. Natuurlijk, de neutrino's zijn er nog steeds, die konden er niets aan doen. En tijdreizen of beter gezegd ‘tijddilatatie’ is in theorie ook al mogelijk, alleen moeten we de 17.07 kilometer per seconde van de 'Voyager 1' wat opvoeren tot 300.000 kilometer per seconde. Piece of cake.

De hype kwam vooral van een doorgeslagen groep lekenmensen, die allerlei conclusies trokken en misschien hun eigen overtuiging bevestigd zagen. Antonio Ereditato, de betrokken Italiaanse hoogleraar, is ondertussen opgestapt, alhoewel hij wel erg veel van neutrino's afweet. De zittenblijvers, die er bijna niets vanaf weten, zijn diegenen die de eigen vertaling van het verhaal de wereld hebben ingebracht. Keer op keer krijgen we informatie voorgeschoteld die ‘niet geheel waar’ of soms zelfs ‘geheel niet waar’ is. En -met of zonder hulp van journalisten- vormen wij keer op keer meningen die we op een later tijdstip bij moeten stellen.

Is dit nu een verschijnsel van de laatste tijd? Ik denk het niet. Zo steunden wij, als het ‘Vrije Westen’, jarenlang Saddam Hoessein, omdat hij het toch maar mooi op durfde te nemen tegen de Ayatollahs in Iran. Vervolgens viel Saddam in ongenade omdat een piepklein buurlandje zijn olie onder de grond door wegpompte. Gevolg: hij werd in de media de grootste schurk van het Midden-Oosten genoemd. Soms neemt dit voortschrijdend inzicht -of is het ‘voortscheidend’ inzicht- heel wat jaren in beslag. Het komt trouwens ook binnen onze kerken voor. Zo kon het zijn dat iemand in de jaren zeventig, op Bijbelse gronden, het apartheidsregime in Zuid-Afrika met verve verdedigde, en nu lezen we dat alle wereldburgers gelijk zijn in Gods ogen.

De relativiteitstheorie lijkt de ‘neutrinotest’ uiteindelijk met glans te hebben doorstaan. Of onze meningen, voorspellingen en overtuigingen net zo’n lange houdbaarheidsdatum hebben als Einsteins theorie, is maar de vraag. Veel van wat wij denken en vinden blijkt op een gegeven moment
-inderdaad- relatief te zijn.

 

De kerk van alle tijden: veelkleurig als Barcelona

Meliefste.jpg

Kees Meliefste
Kees Meliefste werkt bij de Universiteit van Utrecht. In die hoedanigheid doet Kees onderzoek naar luchtverontreiniging en de (gezondheids-)effecten daarvan op zowel kinderen als volwassenen. Zijn werk brengt hem nogal eens in contact met andere culturen en omstandigheden.

19 januari- Geamuseerd en verwonderd keken ze de toeristen na. Trouwens, de meeste omstanders waren een beetje in de lach geschoten. Met z’n tweeën speelden ze hier, op het Plà de la Seu, onderaan de trappen van de Cathedral de la Santa Cruz, de sterren van de hemel, allebei met klassiek Spaanse gitaar. Toen ze aan een opwindende en temperamentvolle flamenco begonnen waren, konden twee jonge toekijkende Catalaanse vrouwen zich niet meer inhouden: ze legden hun tassen neer, deden hun slippers uit en lieten zich door de meeslepende muziek verleiden om publiekelijk te gaan dansen. Toen er een nieuwe buslading toeristen langs kwam bleven de meesten staan kijken. Na aangespoord te zijn door de leidster van de groep, liepen ze door, langs de dansende vrouwen en gooiden geld op hun tassen. Dit was Barcelona, de tot wereldstad uitgegroeide eerste Romeinse nederzetting in Catalonië, waar alles mogelijk was. Waar iedereen wel iets herkenbaars kon vinden.

Ik mocht voor m’n werk een paar dagen naar deze stad. Diezelfde ochtend had ik, op de 23ste verdieping van het hotel met een prachtig uitzicht op de Sagrada Familia, nog samen ontbeten met Rostam Suhrab, een Iraanse gids wiens naam ‘sterke heldenzoon’ betekent (of course). Hij leidde een groep Iranese toeristen rond. De heren van het gezelschap waren zeer vriendelijk en aardig, de dames veelal gekleed in een zeer westerse outfit, compleet met strakke broeken, uitdagende laag uitgesneden T-shirts en net iets teveel make-up. Iran?

Rostam had me getipt over het informatieve en leuke stadsmuseum, waarbij je met een lift tot ver onder het straatniveau van Barcelona wordt gebracht. Daar begint de geschiedenis van Barceli (zoals de Romeinen de nederzetting ooit noemden) met de fundamenten van de oude stadsmuur. Vervolgens wordt je meegenomen langs ondergrondse opgravingen van verschillende gebouwen en vakmanhuizen zoals een wasserette waar men urine gebruikte om de kleding te bleken en een verffabriek waar men de ingewanden van vissen gebruikte voor de juiste kleursamenstelling. Ook wordt er veel uitgelegd over de lokale gebruiken en gewoontes van die tijd. Wist u bijvoorbeeld dat de middelvinger in die periode nooit versierd werd met ringen, omdat die het minst elegant was? Aha, vandaar….

In die periode liep de oude westelijke stadsmuur nog ten oosten van een klein riviertje, dat later is gedempt en nu beter bekend is als de befaamde Rambla, waar nu iedere toerist moet zijn geweest, waar allerlei stalletjes zijn waar je allerlei snuisterijen kunt kopen, waar levende standbeelden staan, waar ‘savonds portretschilders iets bij verdienen en waar een constant kat-en-muis-spel wordt gespeeld tussen de politie en de zwarte Afrikaanse immigranten, die hun koopwaar op een deken hebben liggen met aan iedere hoek een touw geknoopt zodat ze heel, héél erg snel er vandoor kunnen gaan. Barcelona: een wervelende stad, die voor iedere bezoeker zijn eigen topic heeft.

Voor de voetbalfan is het vooral Barça, en voor de gemiddelde vrouw is het vooral hét shopping center van Europa. Voor de kunstkenner is het de stad van Gaudi, terwijl het voor de levensgenieter vooral de rijk gevulde paëlla in de visserswijk Barcelonetta is. Voor een kind is Barcelona het zonnige strand met de Zoo, en de toerist kan helemaal opgaan in het gezellige stadsleven, terwijl de geschiedkundige een nauwkeurige uitleg kan krijgen over het leven van 2000 jaar geleden. Misschien kun je het wel vergelijken met de kerk van alle tijden, een veelkleurige stad waarin veelkleurige mensen zich thuis en geborgen voelen.

 

Verstandig beleggen

fotogunnink.jpg

Gerrit Gunnink
Gerrit Gunnink is een van de twee predikanten van Amersfoort-West. Hij is getrouwd en heeft drie kinderen.

11 juni- Ik had er weinig verwachting van. Van de vergadering van de ‘Particuliere Synode’ van Utrecht op 3 juni jongstleden. Dat is een club van gereformeerde kerken in de provincie Utrecht die in de regel een keer per jaar bij elkaar komt. Vanwaar de scepsis? Omdat zo’n eenmalige ontmoeting in het jaar nu niet direct efficiënt vergaderen bevordert. Niet voor niets ligt er een landelijk voorstel om het hele fenomeen ‘PS’ maar te schrappen. Sceptisch was ik ook vanwege de hoofdmoot van die avond: praten over een doorstart van het zendingswerk. Het werk van vele, vele jaren in Congo was abrupt beëindigd en op een mislukking uitgelopen. Waar haal je dan het enthousiasme vandaan om vrolijk verder te gaan? Nou, van vrolijk verder gaan binnen het oude zendingsdenken was weinig te bekennen en daar werd ik nu juist wel weer een beetje vrolijk van.

Wat gaat er gebeuren? In de eerste plaats is besloten om niet langer alle energie, liefde en geld in een groots project te stoppen, met alle risico’s van dien. Spreiding van risico’s is het nieuwe motto geworden, het lijkt wel op verstandig beleggen. Van Franstalig Afrika wordt geen afscheid genomen, Maar er is nu wel gekozen voor een grote hoeveelheid kleinere projecten. Als er nu nog eens een keer iets misgaat, is het niet meteen desastreus.

Daarnaast is afgesproken, ook in het kader van spreiding, de eerstkomende jaren flink te investeren in hulp aan kerken in het noorden van India. De christenen daar hebben het zwaar, maar ze zijn erg moedig en missionair. Ze hebben er in een hindoeïstisch land veel voor over om andere mensen te vertellen over de hoop die Jezus aan mensen geeft. Het spreekt me erg aan dat we juist daar als Utrechtse kerken proberen een helpende hand toe te steken.

Tenslotte hebben de gezamenlijke kerken van Utrecht gezegd: laten we een potje vormen voor ‘missionaire wereldwerkers’. Je wordt er altijd weer blij van als je merkt, dat er heel wat jongeren en echtparen zijn die graag kortere of langere tijd uitgezonden worden om in Jezus’ naam hulp te verlenen. Met woord en daad. In onze eigen gemeente zijn het René en Martha van Westerlaak (Nepal), Chris en Jurjanne van den Berg (Uganda) en Matthijs en Simone Laan (Zambia) die, al of niet gesteund door thuisfrontcommissies, prachtig werk deden en doen. En niet te vergeten al die jongeren die zich inzetten voor kortere projecten in bijvoorbeeld Zuid-Afrika of  Oost-Europa. Het zal in de toekomst mogelijk worden voor deze gemeenteleden om een extra financiële steun in de rug te krijgen. Uiteraard onder bepaalde voorwaarden. Het aardige van dit potje is, dat op deze manier het werk van de Utrechtse Zendingsdeputaten geen ver-van-ons-bed-show blijft. 

Deze nieuwe aanpak van het zendingswerk sprak mij aan. Maar er zat me nog wat dwars. Want hoe zit het nu met de verhouding tot het zendingswerk dat we dichtbij doen? We hebben toch ook ICF-Amersfoort? Hier vlak bij de deur willen we contacten leggen met moslims. Grace Church is een andere missionair project vlakbij. Het zendingsveld ligt om de hoek. En alles kost geld. We kunnen ook denken aan het mooie werk dat Henk Bouma in de stad Utrecht doet onder moslims. We kunnen niet langer doen alsof missionair werk ver weg en dichtbij twee totaal verschillende zaken zijn. We leven niet in gescheiden werelden. We hebben kennelijk nog altijd last van een schema dat niet meer van deze tijd is: evangelisatie dichtbij en zending ver weg. Het geld dat dit kost moet tenslotte ook allemaal uit dezelfde portemonnee komen. De synode besloot dit punt op te pakken en het komende jaar te gebruiken om tot een samenhangende visie te komen. Eindelijk. Om in de termen van verstandig beleggen te blijven: deze vergadering van de PS werd geen verloren investering.

 


 



 

 
   

   colofon         zoeken         sitemap